Home » 2008-2014 » Bard’s Meetjeslandse Muziekcolumn

Het is de dichter. Telkens opnieuw de dichter. Ook het verhaal van ’14-’18, dat als een diepe wonde in onze genen broedt. Het verhaal van onze grootouders en hun ouders. Het verhaal van de doorbloede grond in de Westhoek en de onmenselijke behandeling van gewone jongens en meisjes, zoals wij zijn. Of zoals wij geweest zijn. En de dichter weet dat verhaal te vatten. Met notities, fotootjes en schilderijen die zijn grootvader heeft achtergelaten.

333 en een halve pagina lang sleept dichter Stefan Hertmans ons mee. Elke zin, elk woord is afgemeten. Gewikt. Gewogen. En de tranen komen vanzelf. Mijn twee dochters moeten ‘Oorlog en terpentijn’ lezen. Dat staat nu al vast. Verplichte literatuur voor elke Vlaming die wil weten waar we vandaan komen. Die wil weten wat er in de ziel gespookt heeft van onze grootmoeder of grootvader. Wat ons gemaakt heeft wie we zijn. Het is de dichter die een verhaal te vertellen heeft en met woorden het onbeschrijfelijke toch tracht te duiden.

Zoals Goes van de Gasten die op zaterdagavond liedjes zong in mijn achtertuin, waar ik elke woensdag- en zaterdagnamiddag ging voetballen. Waar mijn grootouders met hun achtergrond en verhalen uit een wellicht ook duister maar boeiend verleden naast woonden. Waar de Duitsers mijn grootvader tegen de muur hebben gezet, geweer in aanslag. Op zoek naar een fiets. En mijn vader die zich nog de donkere loop van dat schrikwekkend geweer herinnert. Daarna verloor mijn grootvader al zijn haren. Van de schrik.

Ja, en ik stond op diezelfde zaterdagavond ook liedjes te zingen. In datzelfde Sleidinge. Ik dan weer in de achtertuin van Goes van de Gasten. In de winkel waar Goes met enkele maten en onder andere ook mijn jeugdvriend Freddy Van De Walle het waagden om een snoep te stelen. Ge durft niet. Ge dikke vette durf niet. Ik hoor Goes zijn liedje in mijn oren suizen. Want het is telkens weer de dichter die het hem lapt. De Pablo Neruda onder ons. De poëet die duidelijk de vinger op de wonde legt. Dat wij allemaal gewone mensen van vlees en bloed zijn. Met onze angsten en ons verleden. Het verleden dat in onze genen kruipt en sluipt. Dat verleden dat onder onze hersenpan zit.

Daarom wilden we dit doen. Een lied schrijven voor Neruda. Omdat het telkens opnieuw de dichter is.

Bert