Home » 2008-2014 » Bard’s Meetjeslandse Muziekcolumn

Mijn buurjongen heet Jan. We zijn samen opgegroeid. Nog samen als baby’s in het park gezeten. En als ik hem zie, voel ik me goed. Zo is dat. Altijd leute! Jan leerde zijn vrouw kennen in het Kabêderken in Eeklo. En alleen daarom al is Het Kabêderken een magische plek, een krawietelken voor uitgaanders, de hot spot van de vrije liefde. Een plek ook waar alles mag en kan gezegd worden. Wij dus gisteren naar het afscheidsfeest Dzjuu Toch van het Kabêderken. Een afscheidsfeest dat, achteraf gezien, helemaal geen afscheidsfeest was maar de beste Eeklose marketingstunt sinds mensenheugenis. Kabêderken blijft, voor wie dat nog niet wist.

Trouwens, knappe affiches van Bart Van den Driessche. Alleen al daarvoor maakte ik graag een zondags omweggetje naar de markt. Puike speech van cafébaas Koen ook. Een nieuwe stand-up-comedian is geboren, zou ik zeggen. Ik hoorde ook prachtige flarden Lou Reed. En de Maesjes en de Expoorkes vloeiden bij beken.

En daar stond ik dan. Ik en mijn vriend Jan. Te wachten. Op Godot. Want de laatste act van de avond was Buckey Down. Buckey wie? De nieuwe groep van Bart ‘Rico’ Koubaa, ex-frontman van Ze Noiz en schrijver. De rockheld van mijn jeugd. Boezemvriend van mijn vriend Jan ook. Een soort aangetrouwde kennis dus eigenlijk. Ik spreek altijd met twee woorden tegen Koubaa. Helden blijven helden. De spanning steeg. Heel Eeklo zat ook wel een beetje te wachten op deze comeback. Want vijf Ze Noiz-jaren lang had Koubaa een haat-liefdeverhouding met rock ‘n’ roll. Om dan abrupt de stekker uit te trekken en te kiezen voor de pen.

“Hij had nu in fucking New York moeten staan”, probeer ik mijn vriend Jan te imponeren. “Voor rock ‘n’ roll is Koubaa geboren blablabla…” Dus je beweert dat Koubaa niet kan schrijven, wijst Jan me terecht. Ik sta met mijn mond vol tanden. Heb ik dat gezegd? Natuurlijk niet! Maar zijn rock ‘n’ rolltalent ligt op een plateautje. Hij hoeft het maar te verzilveren. Trouwens, als Koubaa iets aanraakt blablabla Expoorken blablabla. Vergeet niet dat hij ook een uitmuntend fotograaf is. Ik wil hem niet te veel bestoefen maar die kerel kan alles blablabla blablabla Maesken blablabla…

Koubaa is op dat moment nog zelfs niet op het podium verschenen. En ik kan je verzekeren: in de Kabêderkenstent waren Jan en ik niet de enigen die aan het discussiëren waren over Koubaa. Je moet het godverdomme toch maar doen. Ik speel al 25 jaar rock ‘n’ roll (op weliswaar nogal bescheiden basis) maar ik denk niet dat er ooit in een tent zoveel over mij verteld en gediscussieerd is. Ik weet het eigenlijk wel zeker. En hij is twintig jaar weg geweest, hé mensen! Dzjuu toch! Blablabla Expoorken blablabla blablabla.

En dan komt het moment dat Buckey Down zijn intrede doet. De verwachtingen zijn hoog bij het Eeklose kennerspubliek. En wat gebeurt er? Als een hongerig koekjesmonster vreet Bart ‘Rico’ Koubaa de harten van het aanwezige publiek op. We zijn een dag later en er gonst steeds opnieuw een zin in mijn hoofd: wat was dat, man? Ik heb eerlijk gezegd veel goesting om mijn gitaar definitief aan de wilgen te hangen. Maar een derdeprovincialer stopt toch ook niet met voetballen nadat Barcelona een galamatch heeft gespeeld?

Soit, gasten van Cirque Constance, ik heb een dringende boodschap voor jullie: maak Buckey Down headliner op de tiende editie van Cirque Constance Festival. ’t Is van moeten.

Bert