Home » 2008-2014 » Bard’s Meetjeslandse Muziekcolumn

‘Iedereen is van de wereld. En de wereld is van iedereen.’

Ik durf er niet naar te luisteren. Naar het interview waarin Thé Lau aankondigt dat de dokters hem nog zes à negen maanden te leven geven. Dat hij nog minstens drie optredens wil doen. En over zijn grote vriend Rick De Leeuw. Zoveel beleefd. Een lang pad samen onderweg. Een roadmovie zoals alleen Thé Lau het kon beschrijven als in een beklijvende song. Ik durf niet. Ik denk aan die dinsdagavond op Rockgolf Radio 2 op mijn kot in Brussel. Een schuchtere Amsterdammer covert Madonna en leert me enkele Nederlandstalige nummers kennen. Blauw. Hij zingt wat ik voel, daar in het grote Brussel. In een wirwar van gevoelens, kleine straatjes en de eerste tekenen van fikse multiculturaliteit. Een Hollander vat angst, verwondering, nieuwsgierigheid, een vloek, een sneer, warmte… In enkele woorden.

Ik denk aan Bram Vermeulen. Ooit samen met Thé Lau in Neerlands Hoop. Binnenkort samen in de Eeuwige Jachtvelden. In ziele herenigd. Bram Vermeulen in De Werf in Brugge met Henny Vrienten en Raymond. Ik denk aan die warme dag in Wippelgem op het Eindeken. Ik staarde door het raam naar een gast die ik zo tof en intrigerend vond. Het werd een leuke namiddag. Ik leerde Vos zijn mama kennen. En verhalen van de familie en van het dorp. Bartje staat te kijken door het raam. Is het toen geschreven? Of heb ik daar helemaal geen kloten mee te maken? Ik denk persoonlijk het tweede. Maar vrienden van me hielden verhaal 1 altijd zeer levendig. Het is de eerste keer dat ik het vertel. Die Wippelgemse jonge man. Die eigenzinnige kerel van 28 jaar waar ik naar opkeek. Hij had zijn oor te luisteren gelegd bij Rick De Leeuw… en bij Thé Lau.

Amsterdam. The Scene. Ik ben er laatst op zaterdagavond op zoek geweest naar die ziel van toen. Ze is er nog. Die jongens, veel jonger dan ik nu ben besef ik deze avond, waren grondleggers. Een eigen taal. Noordkaap. De Mens. Zij zaten op café met Bram Vermeulen en Herman Brood. Ik zag ooit de jonge Luc De Vos tijdens een Virgin-feest op de hoek aan het Gentse Zuidpark aan de toog ingepalmd worden door Rick De Leeuw. Een bijna dronken herinnering. De ogen van die jonge Wippelgemnaar stonden vol bewondering. En ik mocht het van veraf aanschouwen. Als een piepjonge gluurder/journalist. En daarna naar de Fifty-Five op de Kuiperskaai. En nog meer pintjes. Maar vooral Thé Lau.

Herman Schueremans was zo fier dat The Scene Torhout-Werchter zou openen. 1991. De weide van ’s morgens vroeg in vuur en vlam. Dat is Thé Lau ten voeten uit. Een God op de berg Olympus. Een hogepriester waaraan ik mijn geloof in rock ‘n’ roll durf danken. Ooit zag ik hem op de fiets in Amsterdam. Een broodje halen. Genieten van de lentezon. En van de grachten. De eenvoud zelve. Als die schuchtere Amsterdammer die via mijn radiotoestel mijn kot op de Avenue de la Couronne binnendrong. En mijn poster van Andy Warhol. Warhola. Niets nieuws onder de zon. Maar toch een verbazend interessant en intrigerend geluid. Tomorrow is another day. Of Byron Bay. Met Dries Lybaert uit mijn dorp. De engelen zingen. Life goes on. Maar voor mij blijft de tijd eventjes stille staan.

Ik zal aan hem denken, mijn eerste keer op de planken van de N9 op 18 april. Tot dan, Thé Lau. Tot dan. Iedereen is van de wereld. Ik ben van de kaart.

Bert