Home » 2008-2014 » Bard’s Meetjeslandse Muziekcolumn

Als een Indiaan zit ik aan mijn barbecuetje. Dagdromend een eendenborst draaiend. En ik geniet van de stille vlakte tussen Eeklo, Waarschoot en de Lembeekse bossen. En steeds opnieuw gaan mijn gedachten naar een filmfragment. In de film The Doors van regisseur Oliver Stone rijdt de familie Morrison door de Woestijn. De jonge James Douglas zit achteraan in zo’n typische fifties Amerikaanse bak en aanschouwt een tafereel met een stervende Indiaan die zijn geest meegeeft aan Jim. I am the Lizard King, I can do anything. ‘Riders on the storm’ tilt ons vanaf dat moment mee in een verhaal over een jonge kerel die samen met wat maats een rockgroepje sticht en niet veel later uit een vliegtuig stapt om een meute persmuskieten te woord te staan. In dat isolate landschap van het verre USA is deze week een Waarschootse renner stilletjes van deze aardbol gestapt. Het grote verschil met Jim zit hem hierin dat deze jonge mens zijn leven niet verkloot heeft en prioriteit nummer één altijd aan zijn gezin en de liefde van zijn leven heeft gegeven. The straight edge. En ondertussen genoten van het leven.

Ik draag onze nachtelijke Helden in het Park-gesprekken als een echt geschenk mijn hele leven lang, dat beloof ik. Hilarische gesprekken vaak, maar ook diepgaand. Deze Lizard King had zijn eigenzinnige opvatting over het leven en de zoektocht naar vrijheid, samen met zijn geliefden. Plots klopte dat gevoelige sporthart niet meer, na een unieke tocht door de bergen en na een weekend bluegrass festival op de plaats van ‘the real deal’, in de kern van dat diepe Amerikaanse achterland, de Midwest. Tranen helpen me niet maar mijn donkere gedachten dwalen steeds opnieuw naar dat ene filmfragment en de laatste woorden op facebook ’t was vree wijs. Voor de rest een foto van een poort voor het weidse landschap van Utah. Eén van zijn beste vrienden is Bart Bonne,  de oprichter-frontman van Lukrak, ludiek kritische aktie, die Waarschoot al meer dan 25 jaar onveilig maken met geflipte fanfaredeuntjes, straatmuziek met een ziel. Jeugdvrienden, samen nog salamanders gefolterd aan één of andere veedrinkpoel tussen de Beevenden Hazelaar en de Bellebargie wellicht. Samen geschaatst op de vijvers van de Belle waar jaarlijkse honderden padden naartoe trekken. Samen het eerste sigaretje, de eerste pint. Waar rock ‘n’ roll echt voor staat, quoi. Dat eeuwig jong willen blijven en geloven dat daar ergens achter de horizon een fantastische vrijheid ligt. En er ondertussen hier op deze aardbol al mee starten. Genieten nu het kan. Hey, hey, my, my, rock ‘n’ roll will never die. Was het Godverdomme maar waar, Neil Young! Je hebt nog eens iets geschreven: It’s better to burn out, than to fade away. Dat stond op de afscheidsbrief van Kurt Cobain. Je moet niet alles geloven wat iemand schrijft. Ook niet als het van Neil Young komt. Het ga je goed, Lizard King. Je hart stopte met kloppen. Maar, zoals het eerder omgekeerd gebeurde in het filmfragment, je geest heb je meegegeven aan een Indiaan. Die geest is er nog. Ik voel het, Dirk.

Unknown