Home » 2008-2014 » Bard’s Meetjeslandse Muziekcolumn

Dit is het jaar van de adelaar. Een triestig jaar. De kok heeft zijn keukengeheimen mee naar de hemel. En Willem van ’t Schransken neemt een stuk Evergemse rock ‘n’ rollgeschiedenis mee in het graf. Uitgerekend het jaar van 25 jaar Gorki en ‘welkom thuis’ via de grote poort bij Sint-Jacobs waar in de duistere seventies (of waren het sixties?) Walter De Buck de Gentse Feesten opnieuw leven ingeblazen heeft. Walter was er ook die avond. En Bruno Deneckere. HT Roberts ook. Via de grote poort opnieuw in de armen van het Vlaemsche volk gesloten: de heer Luc De Vos uit Wippelgem en zijn rock ‘n’ rolmaten van Gorki.

Op Sint-Baafs ook die avond The Shakers en tergelijkertijd op het Laurentplein Goes & De Gasten. En mijn vrouw vroeg waarom ik zo zenuwachtig was. Ik moest Godverdomme van het één naar het ander dweilen, terwijl ik eigenlijk vooral op a sort of homecoming van Vos had gerekend. De fieste meemaken, er zijn. Het is altijd een bijzondere ervaring en hoe kun je nu een heel klein beetje Meetjeslands Muziekplatformcolumnistje spelen als je het nooit eens over de Gentse Feesten hebt, terwijl Gent bij mijn weten toch ook helemaal niet in het Meetjesland ligt? Simpel, Gent ademt de wil tot vrijheid. Het is een beetje Memphis Tennesee in hartland Europa.

En als nonkel Willem een twintigtal jaar geleden er iets van had begrepen dan was het dat: bel naar gelijk welke bluesmotherfucker uit de wereld, laat de naam ‘Ghent’ vallen en voor een appel en een ei staan ze in je café te spelen. Een snuifje Night of the Guitars en een likje Nacht van de Waanzin erbij. Zorg ook dat je het lokale talent van Arid over Sioen tot en met Roland en de hele reutemeteut rock ‘n’ rollgroepjes in de streek een podium onder de reet schuift. Laat Michel Goessens er zichzelf muzikaal heruitvinden. Lever de Bakkelietenen Interrupteurs uit je dorp de nieuwe naam Rozenen Chambrans. En je bent vertrokken.

’t Schransken was voor de waanzin geboren. Een begrip. Net als het gouden gestopte hart van Willem. Hij was een cadeau voor zijn vrienden. De adelaar vliegt en bekijkt het van vele tientallen meters boven de grond. Af en toe kijk ik in de lucht en speur ik de Meetjeslandse hemel af op zoek naar twee adelaars. Ik heb ze nog niet gezien. Ik ken het verschil met buizerds en sperwers wel. Maar ik heb geduld. Ooit komt de dag dat we mogen meevliegen. Het zijn neuronen in mijn hersencellen. Het melodietje speelt langzaam maar zeker voort. De zomer ebt ook voorbij.

En straks is er het Cirque Constance Festival. Het jaar van afscheid nemen? Of van vooruit kijken?

Bert