Home » Column » Bard’s Meetjeslandse Muziekcolumn

Bard’s Meetjeslandse Muziekcolumn

Ik zou hierbij de schrijver, de geachte heer Christophe Vekeman, van harte willen bedanken. Voor ‘De Roes van het Heden’ in de eerste plaats. Een boekje waar ik verslaafd aan ben. Geloof het of niet. Maar de eerste column ‘Terug naar school’ stond ooit in de 09 Magazine en ik heb die tekst jarenlang in mijn kantoor aan de kast gehangen. Sint-Lievenscollege ten voeten uit. Het woord van Renaat heeft mij gebroken. Zoals veel collegejongens van onze generatie.

Die tekst hing in mijn kantoor als een soort statement. Niets kan me raken, ik ben al geraakt. De schrijver Christophe Vekeman heeft dat goed begrepen als beste vriend van Luc De Vos. Zijn afscheidsrede van die vermaledijde 6 december 2014 staat in mijn geheugen gegrift. Ik heb de tekst van de begrafenisrede  slechts één keer herlezen op www.gorki.be en het rare was dat ik, maanden later, precies de volgende zin in de tekst woordelijk kon voorspellen. De tijd op Sint-Pietersplein was even blijven stilstaan in mijn hersencellen en ik heb al die prachtige woorden van de schrijver als een spons in mij opgenomen. Van harte bedanken is hier dus wel op zijn plaats.

‘Om het met Morrissey te zeggen’, lees ik in zijn voorwoord. De artiest die Luc De Vos voor Vlaanderen wou zijn, eigenlijk ook was maar het mocht zeker niet in de openbaarheid worden gebracht. Want Luc De Vos was Gorki was Mia. Zo moet dat in het land der eenvoudigen. Niet te veel complexiteit en al helemaal niet te veel Morrissey. Jammer achteraf. Ik heb aan Luc gedacht in de Ancienne Belgique. Hij zou er geweest zijn, wellicht met Noelle in de buurt. Niet tijdens de vreselijke beelden van ‘Meat is Murder’ maar vooral tijdens ‘I’m sorry’, kwam Vos meteen naar boven. De schuldgevoelens van de katholieke dorpsmentaliteit die zelfs heerst onder de drie torens van de rebelse ‘Vechtstad’, want zo luidt een ouderwetse bijnaam van Gent.

Morrissey leek in de AB maar 25 jaar, zo fris en bijna gelukkig om in hartje België te zijn. Rare avond ook, want in het nieuwe verkeersvrije Brussel rond de AB en de Beurs hing er omstreeks halfacht nog een idyllische sfeer met pingpongende jongeren en groepjes genietende studenten aan de typische Brusselse Grand Café’s. Na het concert, rond middernacht, was de verlaten vlakte die pas geleden nog een veel te luidruchtige (en stinkende) verkeersader was een lege, grimmige vlakte. Zo thuis als ik me er voelde voor het concert, zo bedreigd en eenzaam ik me voelde erna. Geen vrouw meer te zien. De stilte van vijandige blikken heeft mij gebroken, net als het woord.

Ik luister tegenwoordig veel naar de Nederlandse rapper Fresku en ik begrijp zo beter de nieuwe wereld waarin we Luc De Vos verloren zijn. Fresku, Roy voor de vrienden, een verhalenverteller, een artistieke chirurg die met journalistieke technieken de waarheid pijnlijk bloot legt. Het leven hier neigt tussen volstrekt veilig, blank en overbeschermd naar rommelig en onbekend zo naar ronduit agressief en vijandig in verscheidene richtingen. Hartje Brussel en Antwerpen bij nacht, stralen dat uit. Ik bedoel dat niet negatief. Gent heeft het iets minder, tot je diep de drukke uitgaansbuurten opzoekt, in het slechtste geval met een stuk in je kraag. Dan blijkt het laagje vernis op onze beschaving flinterdun.

Heeft hij het geweten? Dat het allemaal niet evident was vroeger en dat het er niet zou op verbeteren in de toekomst? Ik weet het niet, maar ik was blij dat ik thuis was bij mijn twee lieflijk slapende ukjes in het schapenwolkjes tellende Meetjesland. Bijna één jaar nu. Je geraakt moeilijk vergeten, man met je donkere kap.

Jurgen