Home » Nieuws » Een les in bescheidenheid voor ons allen, wij danken God

Een les in bescheidenheid voor ons allen, wij danken God

Meer dan 30 jaar muziek maken: een kortverhaal over bescheidenheid en andere talenten van McMay from Eeklo

Ik herinner me de gouden jaren ’80 alsof het gisteren was. Als vrucht van de Summer of Love en geboren begin 1970, had ik het genoegen om tiener te zijn in het decennium van technologische explosie, koude oorlog en de daarbij aansluitende wereldvisie van ‘het heeft allemaal toch geen zin want straks is het gedaan’. Doe Maar leerde het ons als pubers: laat maar vallen, want het komt er toch wel van. We leefden snel en veel, we wilden het allemaal hebben meegemaakt. Twintigers hadden geluk, die mochten al hun zin doen. Wij tieners moesten het thuis nog vragen. Herman Van Veen zong enkele jaren later: de bom valt nooit (ach dat gezeur van het heeft geen zin, daar trapt geen schoolmeester meer in). Meer gelijk kon hij niet krijgen. Mijn ogen gingen open: ik moest alsnog één of ander doel aan mijn leven geven, op lange termijn leren denken, keuzes maken die mijn toekomst een richting zouden geven.

Eén van de keuzes was op mijn 15de een gitaar kopen en er leren op spelen (1985). Het was de eerste wankele stap naar de wereld van de rock-’n-roll. Omdat gitaar leren spelen niet zo evident bleek te zijn, besloot ik de muziek ook op een andere manier in mijn leven te integreren. Ik werd dj bij Radio Ledeganck, één van de vele vrije radiozenders uit Het Meetjesland die toen zomaar gewoon in de ether mochten. Een fenomeen dat de middenstand overeind hield en vice/versa. Je had als ‘local dj’ alle vrijheid en hoefde helemaal geen rekening te houden met opgelegde play-lists en richtlijnen van Sabam, zoals dat op nationale radio toen al was of op zijn minst begon. Je draaide gewoon wat je zelf graag hoorde. Gouden tijden dus voor lokale bands en artiesten: als je één of andere dj in je vriendenkring had, werd je muziek op de radio gespeeld. Vrijblijvende airplay, regionale hits werden spontaan geboren.

Wie van mijn generatie (en daarvoor) herinnert zich het nummer ‘Lotsjen’ niet… Zelfs vandaag nog steeds een klassieker in onze contreien. Dat plaatje is op menig vrije radio letterlijk grijs gedraaid. Ikzelf hield meer van andere regio-producten zoals Vibo (er moet eigenlijk een streepje door de o) en stak die geregeld in mijn lijstje van plaatjes. Niet omdat mij dat werd gevraagd, maar gewoon omdat ik het ‘wijs’ vond. Ik had zo mijn eigen smaak en beeldde me in dat ik de taak had om de luisteraars te verrijken met toen nog minder ‘en masse’ geliefde bands als Talking Heads, Ramones, The Cure, en REM. Dat had de consequentie dat mijn ‘draaitijd’ ergens tussen 20 en 22u werd geprogrammeerd. Op een weekdag, als iedereen al voor de tv zat of stilletjes aan zijn bed opzocht. Op andere dagen waren het vooraf opgenomen cassettes van 120 minuten die door een préhistorisch computersysteem automatisch vanaf 20u de avond-en nachturen overbrugden. Mijn muziekkeuze was niet geschikt voor Jan Modaal om tijdens de daguren in pakweg den Alibi (hippe kleerwinkel in de Stationsstraat van Eeklo) door de boxen te kletteren. The Dead Kennedy’s, dat was ketelmuziek. Of ik veel luisteraars had? Ach, soms maakte ik dat mezelf wijs. Maar ik amuseerde mij en leerde heel veel muziek kennen.

Op een blauwe maandag in 1987 doorsnuffelde ik de nieuwe collectie in de platen-bak die ter onzer beschikking stond. Ik vond daar een plaatje waarop met stylo stond geschreven: groep van Eeklo. De vijf band-leden stonden op de hoes een beetje stoer te wezen op een treinspoor. Ik kende er niemand persoonlijk van, ze waren een stuk ouder dan mij. Maar het zagen er allemaal echte rock-’n-rollers uit. Ooit zou ik ook op een hoesje staan, geposeerd op de treinroute. Tenminste, als ik het gitaarspel onder de knie kreeg. (Warempel, ik besef nu pas op dit eigenste moment dat dit nog is uitgekomen ook, dat op die treinroute! Hoe een mens onbewust toch beïnvloed wordt door dingen).

Uiteraard wou ik weten hoe dat Eeklose bandje Cannes-a-Cher klonk. Diggin’ it All, met de typische Belgische ‘pop-wave’ sound uit die tijd kon mij meteen bekoren. Ik zag/hoorde geen verschil in het potentieel en hit-gevoeligheid als bij dat andere nummer dat toen zo populair was: Love Games van Smutz. Voor mij was het een uitgemaakte zaak dat ik dat Eeklose bandje met een zekere fierheid op onze stad in mijn programma zou steken. Ik was blijkbaar niet de enige, want ook dit nummer werd (weliswaar minder dan Lotsjen) een regionale hit. Het deed mij plezier dat het ook door nationale radio werd opgepikt. Het prille succes kon echter niet worden verzilverd met de opvolgers. De band ging uit elkaar. Een spijtige zaak aan de ene kant, misschien niet zo’n ramp als je weet dat de zanger niet veel later uitpakte met Derek & The Dirt, één van de gitaristen en de toetsenist Durango & The Wall oprichtten en de drummer zich vervoegde bij Reno (dat lokale bandje waar ik zelf in speelde – raar, geen gitaar – en een leukere hobby was dan plaatjes draaien, exit dj-carrière).

Eén man, de andere gitarist die ik niet zoveel later in persoon zou ontmoeten, bleef op dat moment een beetje verweesd achter. Dat hij niet bij de pakken bleef zitten is nu, dertig jaar later, ten volle gebleken. Ik heb musiceren onder de knie gekregen (wat heet) en rolde op mijn manier in het regionale muziekcircuit. Ondertussen ook al 30 jaar. Ik heb tientallen bands en artiesten zien komen en gaan. Er zijn er nog wel meerdere, maar ik wil het hier hebben over de constante aanwezigheid in dat verhaal: Frank De Mey, componist/zanger/gitarist met een palmares om U tegen te zeggen. Een vaste waarde (gelukkig zijn er nog zekerheden in het leven) met een vat creativiteit en talent tussen de oren, gehuld achter een zonnebril (die gelukkig mee-evolueerde met de mode).

Wie gepassioneerd bezig is met de overvloed aan geneugten van creativiteit met instrumenten, zal het begrijpen: muzikaal bloed kruipt waar het niet gaan kan, de muze laat zich niet temmen. Frank vond bij de breuk van de band niet meteen de geschikte mensen om een nieuwe groep uit de grond te stampen. Hij besloot het dan maar solo te doen. Hij schreef voor de gelegenheid van de geboorte van zijn zoon Frank-Frederik het nummer My Baby Blue Eyes, omringde zich met studiomuzikanten, nam de ballade op en bracht het onder de naam Anonymous Green in eigen beheer als cd-single uit in 1991. Ik herinner mij dat dit de eerste single van een ‘local’ was die ik ooit te zien kreeg op cd. Wij met onze eigen band deden het nog op vinyl.

Het nummer kreeg met een video-clip (toen nog opgenomen op VHS-band) aandacht op het lokale tv-station AVS. Frank kon de contacten bij Radio 2 overtuigen voor een live performance in het programma ‘De Gewapende Man’ met wijlen Julien Put. Het nummer plakte nog enkele weken in de play-list van Radio 2, maar het verhoopte succes bleef uit. Of dat meteen met de song zelf te maken had, laten we in het midden. Vlaanderen was toen in de ban van 10 om te Zien en al het bijhorende pseudo-talent dat de radio overspoelde. Mannen die Jos noemden (het waren er een paar) bepaalden wat de volgende radiohit zou worden. Frank viel niet in de prijzen, maar als we enige conclusie mogen trekken: daar werd de basis van zijn stijl als zanger/frontman in alles wat zou volgen gelegd.

 

Misschien heb ik een gat in mijn kennis en sla ik nu iets over. Voor zover ik weet komt het volgende hoofdstuk van het verhaal er in 1994. Frank vond een muzikale partner in Geert Faes, in het Meetjesland niet meteen een onbekende te noemen (toen al). DemFace zag het daglicht met verwijzing naar beider heren hun familienaam. De mini-cd Feel So Real met 5 songs in eigen beheer was het resultaat. Het gegeven van vrije radio’s was ondertussen voltooid verleden tijd. Regionale steun werd tegelijk iets waarvoor artiesten voortaan ook al moesten knokken. Maar dit waren de ‘naainties, baby’, een periode waarbij overal ten velde festivals werden georganiseerd en de horeca nog volk trok en omzet draaide als ze een (lokaal) groepje programmeerden. DemFace liet zich regionaal opvallen door vertegenwoordiging op diverse affiches die zomer. Maar de weg naar een ruimere erkenning bleek moeilijk. Niet dat dit uitzonderlijk was, ik heb die strijd zelf ook meegemaakt. We vonden, net als zoveel anderen bands, die toegangsdeur net niet. Nu, je kan als band blijven vissen naar optredens in de vijver rond de kerktoren, maar neem het van mij aan: die komt snel droog te staan. En dan heb je de keuze: volharden in de boosheid en jezelf overal blijven proberen aanprijzen tot je er moe en gefrustreerd de brui aan geeft (in sommige gevallen zelfs volledig de muziek opgeeft, regelmatig zien gebeuren bij beloftevolle muzikanten) of het project met de korte pijn afronden. Leren uit fouten en iets nieuws opstarten. Frank en Geert kozen voor dat laatste.

Het bleef een paar jaar stil, maar ik vermoed dat deze periode er nodig was om de volgende keer een betere strategie uit te stippelen. Onder het motto ‘je kan niet verwachten dat mensen je ernstig nemen als je jezelf niet ernstig neemt’ zochten en vonden de heren een platen-label die hun volgende werk zou uitbrengen. Dat gaat iets eenvoudiger als je mensen met connecties in dat milieu onder de arm weet te nemen. Het was dan ook een goed plan om Dirk Blanchart in te schakelen als producer. Voor de zangpartijen van een aantal nummers werd beroep gedaan op Mich Van Hautem. Mercury (onderlabel van Polygram) zag letterlijk muziek in het nieuwe project dat onder de naam Fr@nk & The F@ce de wereld werd ingestuurd. De single Break It Up stond in 1998 wekenlang in de Prima Donna (de luisteraars-top van de toenmalige Radio Donna, nu MNM) en ook de opvolger Change kon op airplay rekenen. Het leverde de band optredens overal in Vlaanderen en een selectie voor deelname aan het Sopot-festival in Polen op. In 2000 werd de EP She Walked Into My Life uitgebracht op het Universal label. Ook nodig om te vermelden: in die periode kwam Peter De Zutter (nog zo’n lokaal supertalent dat een eigen blog waardig is voor alles wat die kerel de afgelopen decennia heeft verwezenlijkt) op gitaar de rangen versterken.

Was het op aanraden van de platen-firma om de groepsnaam opnieuw te veranderen? Zou best kunnen want het was misschien nogal verwarrend dat de beter scorende nummers van Frank & The Face vocaal door een vrouw werden gedragen. Die kon niet Frank heten en als ze dan al The Face was, dan zou dit voor het publiek niet van bescheidenheid hebben getuigd als de gitarist zichzelf als eerste in het duo vermelde. Bovendien weten we uit heel goede bron dan Frank een gentleman is en het devies ‘ladies first’ hoog in het vaandel draagt. En gezien The Face een verwijzing was naar de familienaam van Geert, klopte het al helemaal niet meer. Dus werd de band in 2002 bij het verschijnen van de single What’s On Your Mind (met op lead-vocals Brigitte Tytgadt) omgedoopt naar Crushh! Er kwam ook een album: Let’s fan the flames.. Ik weet dat de single goed werd ontvangen door Radio 1 en de band op diverse podia ver buiten Meetjeslandse grenzen bracht. Hier in de streek werd het project een beetje over het hoofd gezien als lokaal product met bijhorende erkenning. Shame on me, ik heb het toen ook niet gevolgd, dus kan er niet veel over zeggen. Er zijn wel meerdere artiesten die te maken krijgen met het fenomeen ‘sant in eigen land’. Dat zegt niets over de kwaliteit ervan.

De exacte reden weet ik niet en ga er ook niet over speculeren: Frank en Geert besloten kort nadien elk hun eigen muzikale weg te gaan. Er stak geen ruzie achter en hou het op ‘goesting om eens iets anders te doen’. Geert startte het duo A2 (à deux) met de zangeres op (zijn muzikaal verhaal is ook al een blog op zichzelf waard, miljaarde… ik heb mij weer wat aangetrokken), Frank besloot om zijn muzikale horizonten te verbreden door af te stappen van een traditionele rock/pop formatie.

Zijn keuze resulteerde in Temporary Euphoria (2005), een full-album dat hij in eigen beheer onder de naam May uitbracht. Een soloproject waarin strijkers en andere klassieke instrumenten een prominentere rol kregen. Hij wist hiervoor een aantal klasse-muzikanten te vinden voor het studiowerk waaronder, jawel, Geert Faes (wat meteen de blijvende connectie tussen de twee bevestigt). De productie was in handen van een ander lokaal talent: Pedro De Bruuskere (nog iemand die al menig potje heeft gebroken op muzikaal vlak… dit gaat hier een full-time job worden geloof ik). Naar mijn bescheiden mening had Frank met dit album zijn identiteit als solo-artiest volledig te pakken. De plaat steekt goed in elkaar, de arrangementen en composities zijn van hoog niveau. Voor zover ik weet bleef het bij een studio-project en stond May als band nooit op het podium. Ik kan mis zijn en dan heb ik iets gemist of zat ik in een andere hoogmis.

Misschien had Frank heimwee naar het live gebeuren en is dat de reden waarom hij nadien teruggreep naar een vertrouwde omgeving van muzikale bezetting. Hij huurde voor de registratie van zijn nieuwe hersenspinsels in 2009 meteen een bestaande band in, met name Combo Caliente. Vertrouwd was het zeker: Peter De Zutter op gitaar, Geert Faes wervelend (zoals we hem kennen) op de keyboards. Het album kreeg de titel Closer To My Soul, werd in de studio aangedikt met gastrollen van onder andere Brigitte Tytgadt, Mich Van Hautem en Luke Albert Jr. Productiegewijs werd het opnieuw door Dirk Blanchart in goede banen geleid. Het project kreeg de (voor de hand liggende) naam Frank & the Combo Caliente. Een luchtig album dat in live-versie probleemloos en zonder verlies aan kwaliteit werd neergezet. Combo Caliente bestaat dan ook enkel uit klasse-muziekanten. Deze samenwerking verdiende volgens mij veel meer kansen, maar de dingen waren zoals ze waren: verdomde moeilijk om je nek uit te kunnen steken in het overaanbod van bekende (buitenlandse) artiesten die overal naar het voorplan werden geschoven omdat zij nog cd’s verkocht kregen en zo de instortende markt nog een beetje overeind hielden. Via de pluggers van grote firma’s door radiozenders in ons oren en strot gestampt tot we het wel moesten kennen/graag horen/kopen. ‘Nobody gave a fuck’ voor een band die het met eigen middelen probeerde, want dat bracht geen geld op. Ook al was er sprake van muziek waarmee het grote publiek gemakkelijker kennis had moeten kunnen maken via radio en andere kanalen.

Vele anderen hadden al lang de handdoek in de ring gegooid, Frank borduurde gewoon verder. In 2012 kregen we plots het resultaat van een goed geheim bewaarde samenwerking in handen. Frank & Deezee (ofte Peter De Zutter) was een nieuw project met de bijhorende full-cd City Child. Een bescheidener opzet waarbij Peter grotendeels instond voor de productie, compositie en sound. Wat niet wil zeggen dat het daarom minder professioneel werd aangepakt. Op de cd horen we eveneens Geert Faes. De cd openbaart (kort door de bocht gesteld) de vrolijke kant van Frank. We kunnen echter de stempel van Peter niet negeren. Zowel in de eerder pop/rock-gerichte productie als in de songs waarvan hij er een aantal vocaal voor zijn rekening nam. Een beetje een vreemde, doch boeiende combinatie: twee bijzonder getalenteerde song-writers die de handen in elkaar slaan leidt wel vaker tot een fris resultaat. Ook in dit geval. Maar het is moeilijk om er een lijn in te trekken. Vermoedelijk is dat de reden waarom dit project geen lang leven was beschoren.

 

Volhardend. Het is een term die spontaan in mij opkomt. En dan stellen we anno 2017 vast dat het hoogtepunt ervan recent nog zou komen. A Matter of Modesty is intussen al enkele maanden uit. De plaat kreeg in onze contreien best veel (pers)aandacht. Wie het een beetje heeft gevolgd weet dat de reacties positief zijn. Dat zal ongetwijfeld te maken hebben met een aantal beïnvloedende factoren: bekende koppen zoals Eric Melaerts, Vincent Pierins en Herre Cambré in de muzikale rangen, gemastered in het optrekje waar een veelbelovend bandje uit Liverpool geschiedenis schreef (Beatniks, Beatbox… iets met beat, ik wil ervan af zijn) en betrokkenheid van lokale experts in het visuele aspect, waaronder Lexxe Teirlinck die de clip voor de single A Perfect Line inblikte. We moeten ons geen illusies maken: dergelijke klasse-bakken staan niet aan iemands voordeur te bellen om samen eens een liedje te spelen. Het moge duidelijk wezen dat Frank als bezieler voor dit project diep in de beurs heeft getast.

Wie letterlijk alle registers opentrekt, mag/kan op zijn minst rekenen op nieuwsgierigheid en meer aandacht dan pakweg een cd van ‘het trio onbekend’. Parallel daarmee met hoge verwachtingen. We kunnen hier kort over zijn: het is een bijzonder fijne plaat geworden die in de poel van snel vergankelijke commerciële fastfoodmuziek getuigt dat er vandaag ook nog echte songs worden geschreven. De fijnproever mag alweer tevreden zijn. De knipoog in de titel staat haaks tegenover het ganse project: wie Frank als mens een beetje kent weet dat het zijn manier van satirische zelfrelativering is, zijn gevoel voor humor. Hij weet maar al te goed dat hij absoluut geen enkele reden heeft om er bescheiden over te doen. En het is een goede plaat. Punt. De nagestreefde Beatles-sound is in grote lijnen geslaagd en muzikaal klopt het plaatje volledig: toffe arrangementen, goede producties, professioneel afgewerkt tot in de puntjes. Kan dat ook anders met zo’n team? Het zou spijtig zijn en zonde van de investering. Om het opzet nog wat in kracht bij te zetten, nam Frank dit keer het pseudoniem McMay aan. Onnodig uit te leggen waarom.

Vind ik het puur afgaand op de songs zijn beste plaat? Gezien dit mijn blog is mag ik daar een eerlijk antwoord op geven, ook al heeft die verder geen enkele betekenis. Het antwoord is neen, voor mij niet. Al moet ik daar meteen aan toevoegen dat hij er toch maar weer is in geslaagd me tot verschillende beluisteringen aan te zetten en mezelf erop te betrappen dat ik zijn nieuwe songs loop te neuriën. Persoonlijk mis ik dat beetje meer tekstuele inhoud. Maar we moeten eerlijk zijn: ‘She Loves You, yeah, yeah, yeah’ was nu ook niet bepaald een lyrisch hoogtepunt van de Fab Four en toch werd het een wereldhit.

Ik heb Frank als componist, muzikant, creatief brein en mens in de loop der jaren steeds meer leren kennen en waarderen. Net daarom maakt me dat een beetje bezorgd: hoe gaat hij het in hemelsnaam financieel presteren om met die bezetting de kans te krijgen om verder door te breken? Ik weet niet of organisatoren en radiomakers van het standpunt zullen uitgaan dat de (op de korrel bekeken nieuwe) band omwille van zijn bezetting automatisch goed is en terecht voor de live versie in de hogere prijsklasse mag vallen. Het zijn mijn zaken niet, ik ga er verder niet op in. Maar het zou bijzonder jammer zijn dat de cd daarom hetzelfde lot moet ondergaan als de voorgaande: genieten van een ‘boost’ van aandacht met een kort maar krachtig live gevolg om daarna in de vergetelheid der zoekmachines op internet en het collectieve geheugen te verdwijnen. A Matter Of Modesty is een mooie plaat. Als ‘virtueel’ debuut van McMay kan ze straf tellen. Het album verdient meer. Frank zijn oeuvre verdient meer. Waar zit die promoter? Het is de moment!

Ik persoonlijk moet niet meer overtuigd worden van zijn talent. Ik ontwaar altijd wel kwaliteit in zijn muzikale projecten. Sterker nog: bij het schrijven van dit blog (waar precies geen einde aan komt omwille van mans palmares) speelde quasi het complete oeuvre van hem op de achtergrond. Zo’n 60 songs, het zullen er meer zijn (ja, zo lang ben ik eraan bezig geweest!). De ene compositie al beter dan de andere, maar zonder twijfel met de nodige ‘wereldhits’, zoals hij het zelf graag zegt. Nu ik alles opnieuw heb gehoord en de verleiding niet kon weerstaan om bepaalde songs op ‘repeat’ te zetten (ja, vandaar dat het dan zolang duurde, kalf dat ik ben), kom ik tot een aantal conclusies:

  •  Frank heeft in zijn creaties (al lang) bewezen dat hij een song-writer is met een eigen stijl die bij momenten qua stemgeluid doet denken aan Lou Reed. Hij heeft een eigen herkenbare gitaartechniek en is duidelijk in staat om pakkende nummers te schrijven. – Het zou overdreven zijn te stellen dat hij een fenomeen is, maar zijn onafgebroken toewijding, doorzetting en volharding zijn absoluut fenomenaal. Dat alleen al verdient respect.
  • Het is een gave om je te omringen met de juiste mensen en zo je eigen talent (uit) te vergroten. Ik zet er bewust tussen haakjes ‘uit’ bij, want zelfs de grootste criticasters die zijn oeuvre om welke reden dan ook niet weten te pruimen, zouden moeten beseffen dat je niet kan uitvergroten wat er niet is. Je kan mensen betalen om je muzikaal bij te staan, maar eigen talent kan je niet kopen. Ook al heb je dan misschien meer mogelijkheden om te investeren. Hem dat onder de neus smeren zou trouwens getuigen van jaloersheid of iets dergelijks. Moest ik het kunnen, ik zou het ook doen. Nei, daarmee is dat ook eens gezegd.
  • Gemakkelijk maakt hij het zichzelf, noch het grote publiek niet: steeds opnieuw een andere naam, een ander project en ervoor kiezen om telkens het oudere werk te laten voor wat het was. Dat impliceert noodgedwongen telkens opnieuw starten van scratch als je naar het grote publiek mikt, want de massa heeft de neiging om snel te vergeten.
  • Aan de andere kant: gebrek aan inspiratie of luiheid kan hem net daarom niet worden verweten.

Het ware in de eerste plaats voor hemzelf veel gemakkelijker geweest mocht hij al 30 jaar onder de naam (Mc)May platen hebben gemaakt. Eens die naam bekend was geraakt, zou aansluiting veel eenvoudiger geweest zijn. Toeme toch, hebben we nu niets geleerd van Coca-Cola? Op internet alleen al: McMay? Bam: bovenstaande discografie. Ge zult gij hier subiet weten waarom die Melaerts en co niet hebben gezegd: “Maar daarvoor kom ik niet naar buiten”. Ik stel daarom een deal voor: als Frank nu definitief beslist onder welke naam hij de geschiedenis wil ingaan, is het voor de lokale achterban gemakkelijker om hem als local hero te ondersteunen in de promotie naar buiten toe. Bij deze een warme oproep. Iedere Meetjeslandse muzikant en muziekliefhebber weet waar hij voor staat: een verdomd goede singer/song-writer die op zijn minst in eigen streek erkenning verdient. Of je nu fan bent of niet, hij stelt met al de projecten die hij alleen of in samenwerking met anderen lanceerde nu reeds een muzikale erfenis ter beschikking. Wie weet wat er nog zal volgen. We gaan toch niet wachten tot er iets gebeurt om dan te zeggen: dat was nogal eens een artiest, laten we Facebook volproppen met zijn muziek en een straat naar hem vernoemen…

Johan Engels

Auteur: Bard
Tags