Home » Column » Return of the meulnoare aka de meikever part two (vanoverdijzers tot iere)

Return of the meulnoare aka de meikever part two (vanoverdijzers tot iere)

Soms wou ik echt dat ik nog een kind was. Ik bedoel, dat ik met de onbevangenheid van een kind naar de dingen kijken kon. Dat ik met mijn maten op het ‘Domein’ speelde, het gemeentelijk speelplein in Sleidinge waar nu de Stroming staat, cultuurtempel van mijn hart.

Dat ik voetbalde en zeverde dat het een lieve lust was, dat ik puien opblies die ik in de grachten ving, dat ik meikevers aan een touwtje liet rondtollen tot ze dol werden en vermoeid neervielen. Het was trouwens vorig jaar twintig jaar geleden dat ik nog een meikever had ontwaard, in het repetitiekot van Woesten nota bene. Het staat er al niet meer, dat repetitiekot. En een maand later zag ik er nog één aan mijn vijver. Correctie. Twee.

Wist je dat meikevers ’s nachts recht naar de maan vliegen. En als ze een lamp tegenkomen, blijven ze daar rond tollen omdat ze denken dat ze er zijn. Aan de maan bedoel ik. Ik heb dat al eens verteld vorig jaar toch? Nu tegenwoordig zie ik vaak meikevers. Raar hé? Ik had dat in twintig jaar niet meer gezien.

Onbevangenheid, daar had ik het over. De onbevangenheid waarmee talentvolle kerels als Bobby C. er in slagen om in Londen te gaan optreden. Niet in één club. Neen, in enkele clubs. Eeklose Britpop, daar waar hij thuishoort. In de hoofdstad van de Britten. Niet in de hoofdstad van de Britpop, want dat is Manchester uiteraard (New Order, Stone Roses, Oasis…). Of Liverpool (Beatles, Echo & The Bunnymen…)? Ik weet het niet, beslis zelf. Maar doe mij een plezier en volg Bobby C. Alles wat ze doen, is goed. Geloof me. Arctic Monkeys krijgen concurrentie.

Onbevangenheid, zo begon het ook met Arctic Monkeys. Op Myspace, ken je dat nog? Bestaat dat nog? Of zal dat, zoals de meikever, na twintig jaar opnieuw opduiken? Onbevangenheid, dat is ook, weet ik nu, de grote kracht van Johan Engels. Eeklonaar, woont in Ertvelde. Momenteel met Noloxbox timmeren aan de heruitvinding van de Skyblasters, van de meikever gesproken. Read my lips: “Ik zat daar ECHT op de wachten. ECHT!” Ik weet het wel, (pdw) is overleden en hij was de opper-Skyblaster. Maar jongens, Eduard Buadee, wat een prachtkerel. Wat een artiest! Wat een band! En ja, Johan is ook onbevangen fan van mijn eigen groepje. Vereerd voel ik me. Want, hij zal het beamen, wij lopen al meer dan twintig jaar in het zelfde Meetjeslandse rock ‘n’ rollwereldje rond. Wij kennen elkaar. Maar niet goed. Absoluut niet goed.

Bij mij is daar geen éénduidige reden voor. We liepen in dat wereldje, knikten naar elkaar maar dat was het. Toch had ik, ik spreek voor mezelf, respect. Want in een band heb je energie nodig. Energie is ook een vorm van talent. En zowel bij Reno als bij Ace & The Jokers herkende ik die inbreng, die energie wel. Ik zal het ook herkennen bij The Skyblasters als ze opnieuw alle festivals afschuimen (Mijn God, ik bid daarvoor!!!!). En ik had het ook al gezien bij zijn eigen muzikaal project Vanoverdijzers. Ik heb hem al een paar keer aanschouwd, onder andere in de N9. En ook daar weer: die herkenbare energie.

Die frisheid die Vanoverdijzers onderscheidt van wat de grote Goes van de Gasten bij  veel andere kleinkunstenaars in gang heeft gezet. Altijd heb je de reflex: “Ja maar, Goes deed al zoiets.” De David Bowie van de dialectsong, zal ik maar zeggen. Bij Vanoverdijzers had ik het bij de allereerste clip ook een beetje. “Goes deed al zoiets”. “Mike C deed al zoiets’. Die naam gebruikte Mike ook al een beetje in het begin van zijn hiphopexploten. Maar nu, Vanoverdijzers, jawadde. Die bijna Afrikaanse frisheid. David Bowie kijkt vrolijk op vanuit de hemel. Een eigen sound, een eigen ‘feel’, een eigen ‘verhaal’. Zo zot zijn eigen goesting doen. Dan zeg ik: “Yes!”

Onbevangenheid. En teksten waarvan ik denk: “Soms wou ik echt dat ik nog een kind was.” Zo van die teksten, die met een soms Vossiaanse blik en onbevangen vatten wat mooi is aan het leven. Precies daarom, vind ik het jammer dat die twintig jaar gepasseerd is met alleen maar af en toe een knikje. Maar goed, we zijn vertrokken voor nog eens twintig jaar…

Bart Van Damme

Auteur: Bard
Tags